Begrippen uit de kapitaalmarkt
Heldere uitleg van termen die je tegenkomt rond captable, effecten, handel en settlement.
Marktstructuur
- Beëindiging van de notering
Het beëindigen van de toelating of notering van een effect op een handelsplatform.
- Handelsplatform
Een georganiseerd systeem waar financiële instrumenten volgens vastgestelde regels kunnen worden verhandeld.
- Marktoperator
De organisatie die een handelsplatform exploiteert en verantwoordelijk is voor de werking en toepassing van de marktregels.
- MTF
Een gereguleerd handelsplatform waarop koop- en verkoopinteresses van meerdere partijen volgens vaste regels bij elkaar worden gebracht.
- Notering
De opname van een effect op een markt of handelsplatform. Een notering betekent niet automatisch dat er veel handel of liquiditeit is.
- Primaire markt
De markt waarop effecten voor het eerst door een uitgevende instelling aan investeerders worden uitgegeven.
- Private markt
Het deel van de kapitaalmarkt waarin effecten niet op een traditionele openbare effectenbeurs worden verhandeld.
- Publieke markt
Een markt waarin effecten via een openbaar toegankelijke en gereguleerde marktinfrastructuur worden aangeboden of verhandeld.
- Secundaire markt
De markt waarop bestaande effecten na hun uitgifte tussen investeerders worden gekocht en verkocht.
- Toelating tot de handel
Het formele besluit waarmee een financieel instrument onder de regels van een handelsplatform verhandelbaar wordt gesteld.
Effecten & uitgifte
- Aandeel
Een effect dat een belang in het kapitaal van een vennootschap vertegenwoordigt en rechten kan geven op winst, vermogen en zeggenschap.
- Aflossing
De gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de hoofdsom van een obligatie of lening.
- Certificaat van aandeel
Een recht dat het economische belang bij een aandeel vertegenwoordigt, terwijl het onderliggende aandeel doorgaans juridisch door een STAK wordt gehouden.
- Coupon
De periodieke rentevergoeding die volgens de obligatievoorwaarden over de hoofdsom wordt betaald.
- Deelnemingsrecht
Een recht op een aandeel in het vermogen of resultaat van een beleggingsinstelling of andere gezamenlijke structuur.
- Financieel instrument
Een wettelijk omschreven categorie financieel product, waaronder bijvoorbeeld aandelen, obligaties en bepaalde deelnemingsrechten kunnen vallen.
- ISIN
Een internationale identificatiecode van twaalf tekens voor een specifiek financieel instrument.
- Obligatie
Een verhandelbaar schuldinstrument waarmee een uitgevende instelling geld leent van investeerders onder vastgelegde voorwaarden.
- Uitgevende instelling
De onderneming, stichting, overheid of andere entiteit die een financieel instrument uitgeeft.
Eigendom & governance
- Aandeelhoudersregister
Het wettelijke register waarin onder meer de aandeelhouders en hun aandelenposities worden vastgelegd.
- Blokkeringsregeling
Een regeling die de overdracht van aandelen beperkt, bijvoorbeeld door goedkeuring of een voorafgaande aanbieding aan bestaande aandeelhouders te vereisen.
- Cap table
Een overzicht van wie welke aandelen, certificaten of andere kapitaalrechten in een onderneming houdt.
- Certificaathouder
De persoon of organisatie die certificaten houdt en de daaraan verbonden economische en eventuele vergaderrechten heeft.
- Corporate action
Een gebeurtenis bij een uitgevende instelling die gevolgen kan hebben voor houders van effecten, zoals dividend, rente, aflossing, conversie of een splitsing.
- Lock-up
Een afgesproken periode waarin bepaalde effecten niet of slechts onder voorwaarden mogen worden verkocht of overgedragen.
- Overdrachtsbeperking
Een wettelijke, statutaire of contractuele voorwaarde die bepaalt of en hoe een effect aan een ander mag worden overgedragen.
- Peildatum
De datum waarop wordt vastgesteld welke geregistreerde houders recht hebben op een uitkering, stemrecht of andere corporate action.
- STAK
Een stichting die aandelen houdt en daartegen certificaten uitgeeft, waardoor juridisch eigendom en economisch belang van elkaar kunnen worden gescheiden.
Orders & prijsvorming
- Biedprijs
De hoogste prijs die een koper op dat moment bereid is voor een effect te betalen.
- Kooporder
Een order van een investeerder die een financieel instrument wil kopen.
- Laatprijs
De laagste prijs waarvoor een verkoper op dat moment bereid is een effect te verkopen.
- Limietorder
Een order die alleen mag worden uitgevoerd tegen de opgegeven limietprijs of een betere prijs.
- Liquiditeit
De mate waarin een effect kan worden gekocht of verkocht zonder lange wachttijd of grote invloed op de prijs.
- Marktdiepte
De hoeveelheid koop- en verkoopinteresse die op verschillende prijsniveaus beschikbaar is.
- Marktorder
Een order om direct tegen de best beschikbare prijs te handelen. Bij beperkte liquiditeit kan de uiteindelijke prijs afwijken van de laatst getoonde koers.
- Marktwaarde
De waarde die de markt op een bepaald moment aan een effect of positie toekent.
- Matching
Het volgens de marktregels aan elkaar koppelen van een passende kooporder en verkooporder.
- Nominale waarde
De formele waarde die aan een aandeel, obligatie of ander effect is toegekend. Dit is niet per definitie de marktwaarde.
- Order
Een instructie om een bepaalde hoeveelheid van een financieel instrument te kopen of verkopen onder opgegeven voorwaarden.
- Orderboek
Het overzicht van actieve koop- en verkooporders voor een financieel instrument, meestal gerangschikt op prijs en tijd.
- Prijs-tijdprioriteit
Een rangschikkingsregel waarbij eerst de beste prijs telt en bij een gelijke prijs de order die het eerst is ingelegd.
- Referentieprijs
Een vastgestelde of berekende prijs die als uitgangspunt dient voor handel, waardering of een handelsmoment.
- Spread
Het verschil tussen de hoogste biedprijs en de laagste laatprijs.
- Verkooporder
Een order van een investeerder die een financieel instrument wil verkopen.
- Volatiliteit
De mate waarin de prijs van een effect in een bepaalde periode omhoog en omlaag beweegt.
- Vrij verhandelbaar deel
Het deel van de uitgegeven effecten dat in beginsel beschikbaar is voor handel en niet langdurig vastzit bij insiders of grootaandeelhouders.
Veilingen & handel
- Aanbodoverschot
Een situatie waarin tegen de relevante prijs meer te koop wordt aangeboden dan kopers willen afnemen.
- Call auction
Een veiling waarbij orders eerst worden verzameld en daarna zoveel mogelijk tegen één vastgestelde prijs worden gematcht.
- Evenwichtsprijs
De prijs waarbij binnen een veiling volgens de toegepaste regels het grootste uitvoerbare volume ontstaat.
- Handelsmoment
Een afgebakende periode waarin investeerders koop- of verkoopinteresse kunnen indienen en transacties kunnen worden gevormd.
- Handelsvenster
De periode waarin orders of handelsinteresses voor een bepaald effect mogen worden ingelegd of aangepast.
- Niet-bindende interesse
Een indicatie dat iemand mogelijk wil kopen of verkopen, zonder dat daardoor direct een uitvoerbare order of transactie ontstaat.
- Periodieke veiling
Een veiling die op geplande of terugkerende momenten orders verzamelt en op een bepaald matchmoment uitvoert.
- Pro-rata toewijzing
Een verdeling waarbij iedere passende order naar verhouding een deel van het beschikbare volume krijgt.
- Toewijzing
De verdeling van het beschikbare transactievolume over de deelnemende koop- of verkooporders.
- Veiling
Een handelsmethode waarbij koop- en verkoopinteresses gedurende een periode worden verzameld en volgens vooraf bepaalde regels worden uitgevoerd.
- Vraagoverschot
Een situatie waarin tegen de relevante prijs meer wordt gevraagd dan er te koop wordt aangeboden.
Settlement & custody
- Afgescheiden vermogen
Vermogen dat juridisch of administratief is gescheiden van het eigen vermogen van een dienstverlener. De precieze bescherming hangt af van de gebruikte structuur.
- Afwikkeling
De afronding van een transactie door de effecten en het geld volgens de afgesproken instructies over te boeken.
- Bewaarinstelling
Een financiële instelling die effecten bewaart en de bijbehorende posities en mutaties administreert.
- Bewaring
Het bewaren en administreren van financiële instrumenten voor rekening van een cliënt.
- Centrale effectenbewaarinstelling(CSD)
Een gereguleerde infrastructuur die effecten centraal registreert en de afwikkeling van effectentransacties ondersteunt.
- Clearing
De administratieve verwerking tussen handel en afwikkeling, waarbij verplichtingen worden vastgesteld en eventueel worden verrekend.
- Effectenrekening
Een rekening waarop de posities in financiële instrumenten van een rekeninghouder administratief worden vastgelegd.
- Euroclear Nederland
De Nederlandse centrale effectenbewaarinstelling binnen de Euroclear-groep, die infrastructuur biedt voor girale effectenregistratie en afwikkeling.
- Giraal effect
Een effect waarvan het bezit en de overdracht via boekingen in effectenrekeningen worden bijgehouden in plaats van met fysieke stukken.
- Levering tegen betaling(DvP)
Een afwikkelingsmethode waarbij de levering van effecten en de betaling aan elkaar zijn gekoppeld.
- Mislukte afwikkeling
Een transactie die niet op de geplande datum wordt afgewikkeld, bijvoorbeeld doordat geld, effecten of instructies ontbreken.
- Omnibusrekening
Een verzamelrekening waarop effecten van meerdere achterliggende cliënten gezamenlijk worden aangehouden, met een onderliggende administratie per cliënt.
- Orderuitvoering
Het moment waarop een koop- of verkooporder volgens de geldende regels tot een transactie leidt.
- Settlementcyclus
De afgesproken periode tussen de handelsdatum en de datum waarop de transactie wordt afgewikkeld.
- Transactie
Een overeengekomen koop of verkoop van een financieel instrument tussen partijen.
Onboarding & compliance
- Geschiktheidstoets
Een beoordeling of een beleggingsadvies of beheerdienst past bij onder meer de doelen, financiële situatie, kennis en risicobereidheid van een cliënt.
- Klantonderzoek(KYC)
Het proces waarmee een financiële dienstverlener de identiteit, achtergrond en relevante kenmerken van een cliënt vaststelt en controleert.
- Marktmisbruik
Verboden gedrag dat de eerlijkheid en integriteit van de markt aantast, waaronder handel met voorwetenschap en marktmanipulatie.
- MiFID II
Europese regelgeving voor markten in financiële instrumenten en voor ondernemingen die daarop beleggingsdiensten verlenen.
- Passendheidstoets
Een beoordeling of een cliënt voldoende kennis en ervaring heeft om de risico’s van een bepaald financieel product of een bepaalde dienst te begrijpen.
- UBO
De natuurlijke persoon die uiteindelijk eigenaar is van of zeggenschap heeft over een organisatie.
- Voorwetenschap
Niet-openbare, concrete informatie die bij openbaarmaking waarschijnlijk een aanzienlijke invloed op de koers van een financieel instrument kan hebben.
Risico & rendement
- Koersrisico
Het risico dat de marktwaarde van een effect daalt door ontwikkelingen bij de uitgevende instelling of in de markt.
- Kredietrisico
Het risico dat een uitgevende instelling of andere tegenpartij haar betalingsverplichtingen niet volledig of niet op tijd nakomt.
- Liquiditeitsrisico
Het risico dat een effect niet snel, niet volledig of alleen tegen een ongunstige prijs kan worden verkocht.
- Rendement
Het financiële resultaat van een belegging, bijvoorbeeld uit rente, dividend en waardeverandering, afgezet tegen de inleg.
- Tegenpartijrisico
Het risico dat de andere partij bij een financiële verplichting haar afspraken niet nakomt.
